Home Actueel Er op uit Fotoalbums Downloads Contact

 

 Keuze: 

 

Highlights

 


Max Douwes

 


Zietakkerbos

 


Het Kerkje

 


Onderduikershol

 


A-boom

 


Daklozenhuis

 


Hunebed D35

 


Pingoruïne

   

 Max Douwes


 

Aan de kop van het Zietakkanaal staat het beeld van Max Douwes. De eerste keer in brons uitgevoerd en geplaatst op 25 mei 2013, in het bijzijn van de vrouw van Max Douwes. Het beeld is op initiatief van de historische vereniging Carspel Oderen en dorpsbelang Klijndijk tot stand gekomen.
Nog geen jaar later werd het beeld van zijn sokkel gehaald en meegenomen. Vijf jaar later werd op 3 juni 2016 een nieuw beeld geplaatst; nu in gietijzer uitgevoerd, niet aantrekkelijk dus voor dieven.


Marcus Taco (Max) Douwes is geboren op 22 mei 1923 en is vooral bekend geworden door de regionale omroepen RONO en radio Drenthe. Hij werkte onder de naam 'Mans Tierelier löp met zien dweellocht deur Drenthe'. Later was hij regisseur bij de NCRV waar hij o.a. 'Stiefbeen en Zoon' regisseerde. Ook was hij een gewaardeerde dammer, vandaar ook de in zwart en wit uitgevoerde fundering van het beeld. Het beeld staat zo opgesteld dat hij kijkt in de richting van de boerderij, waar zijn ouders "op kamer woonden" toen ze als onderwijzersechtpaar naar Klijndijk kwamen.


    


Op de website klijndijk.info vind je uitgebreid informatie over Max Douwes en kun je luisteren naar een aantal hoorspelen, beschikbaar gesteld door RTV Drenthe.

Voor de niet-Klijndijkers:
Een ontmoeting met Max Douwes is mogelijk op de rode-, de blauwe- en de groene route.

 

Naar Boven

 Het Zietakkerbos

 
Herfstsferen in het Zietakkerbos

 

Voor zover bij ons bekend, is het Zietakkerbos ontstaan rond de jaren 1920 / 1930, tijdens de werkverschaffing. Mannen zonder werk moesten de handen uit de mouwen steken, tegen een schamelijke vergoeding, bij ontginning van heide- en veengronden en bij aanplant van bos. Zo ook op de percelen waar het huidige Zietakkerbos staat dat voor houtproductie was bedoeld. Bomen werden in strakke rijen gepoot, vrij dicht tegen elkaar aan. Zodoende kreeg je de meest rechtop groeiende bomen. Na dunning ervan zou er meer ruimte voor doorgroei en mogelijke onderbegroeiing ontstaan.
In het achterste deel van het bos is te zien dat die dunning nog niet heeft plaats gevonden.

Inmiddels door wijziging van het beheersbeleid van Staatsbosbeheer wordt het Zietakkerbos behandeld als een "dorps bosje" en wordt er alleen opgetreden als er gevaar dreigt voor wandelaars op de paden en wellicht nog een dunning voor het achterste deel van het bos in de toekomst.

Wie zijn ogen goed de kost geeft in het bos, ziet vanaf het middenpad, achterin het deel bij Zijtak huisnummer 4, ongeveer 20 cm hoge boomstobben schuin de grond uitsteken. Dit zijn de restanten van omgewaaide bomen tijdens de heftige storm in 1972. Deze storm heeft in de Drentse bossen veel zware schade aangericht. Zo ook in ons Zietakkerbos en ondermeer in de bossen ten noorden van Exloo. Daar, bij het bosvaknummer 165, in het zogeheten Buinerveld, heeft een deel van het bos de naam "het stormbos" gekregen. In dit bosdeel heeft de natuur, zonder menselijke ingrijpen, zichzelf mogen herstellen.
Het resultaat ervan is zeker het bekijken waard. Midden door het bos loopt een wandelpad van Staatsbosbeheer. Een aanrader.

 
Collage: werkzaamheden om van het slingerpaadje een educatief paadje te maken. In november 2010 is het educatief paadje aangelegd.




De schooljeugd van Klijndijk in actie; hier worden de nestkastjes in elkaar gezet.

Helaas is onderhoud door de jeugd, na de sluiting v.d. school, verleden tijd.


Hier worden snippers gestrooid op het paadje. Onder: Tja, welke vogel is dit?

 


Ook een aanrader is ons Zietakkerbos. Na de stormschade is er weer opnieuw ingeplant.
Een prachtig bos met zijn middenpad, zijpad, slingerpaadje (het educatief paadje) en toekomstig kabouterpaadje*.
Voor Klijndijkers en gasten wat dichterbij, makkelijker en sneller te bereiken dan het bos bij Exloo.

*
Zodra er meer bekend is over de ontwikkelingen van het kabouterpaadje, hoor je van ons.


Aan begin educatief paadje: een overzicht van verschillende vogels en hun eigen nestkast. Deze kasten zijn te ontdekken langs het paadje.
Ieder jaar vind er na het broedseizoen inventarisatie plaats en wordt er gebruik gemaakt van het plattegrondje, links.
Elke kast heeft een denkbeeldige letter die overeenkomt met de letter op onze archieffoto's (zie onder).


Wil je meer informatie en/of heb je zin om aanwezig te zijn tijdens ons onderhoud? Mail ons (Contact).











Voor de niet-Klijndijkers:
Het Zietakkerbos ligt aan de rode-, de blauwe- en de groene route.

 

Naar Boven

 Het Kerkje aan de Hoofdweg








 Het kerkje anno NU

 

Het kerkje, verscholen achter de bomen aan de Hoofdweg,
is gebouwd rond het jaar 1900. In dit kerkje was de Hervormde Evangelisatiegemeente gevestigd met ongeveer 25 leden. De naam van het kerkje: 'De goede Herder'.
Oprichter was Klaas Hesselink, de eerste evangelist.
Zijn opvolger was H.C. Beek, ook wel padjesdominee genoemd. Onder leiding van dominee Beek, 'meneer Beek', groeit de christelijke gemeente van Klijndijk voorspoedig.
Hij geneerde zich niet om de koninklijke familie om financiële hulp te vragen voor zijn gemeente.
De laatste evangelist was de heer Annema. Dit moet ongeveer rond 1935 zijn geweest.
Behalve kerkdiensten waren er nog diverse activiteiten, zoals zondagsschool, meisjes- en knapenvereniging en een vrouwenvereniging. Op de zondagsschool zaten ook kinderen uit Valthe en 't Haantje. Als de zondagsschool afgelopen was, moesten de kinderen van 't Haantje eerst binnen blijven totdat de anderen weg waren, anders gingen ze met elkaar op de vuist. Hoogtepunt was altijd het kerstfeest van de zondagsschool. De kinderen gingen na afloop met een echt kerstpakket naar huis.

Tot 2001 was het nog in bezit van nabestaanden van dominee Beek. Helaas is het nu een bouwval maar er wordt momenteel naar gekeken of het weer hersteld kan worden. Hierbij krijgt het kerkje het uiterlijk van ongeveer begin 1900 terug.
Op deze wijze zal een stukje zichtbare historie voor Klijndijk behouden blijven.


 

Voor de niet-Klijndijkers:
Het Kerkje ligt aan de rode route.

 

Naar Boven

 Het Onderduikershol




De nieuwe plaquette.

Foto genomen, vlak na de oorlog.

4 mei, dodenherdenking.

 

Wandel je de rode- of de gele route dan passeer je in het Valtherbos het onderduikershol. Op deze plek wordt heel veel informatie gegeven over het monument.
Daarom beperken we ons in deze rubriek tot wat korte informatie en enkele foto's.

Vermeld kan worden dat de plek de laatste jaren een behoorlijke opknapbeurt heeft ondergaan. Het pad, vanaf het fietspad naar het monument is breder geworden en geplaveid met houtsnippers. Er zijn grote, stevige banken geplaatst die uitnodigen voor een langer verblijf en de oude vitrinekast is vervangen door een plaquette die een mooi beeld geeft van de locatie.
Dit alles is uitgevoerd onder auspiciën van het 4 mei comité.

Eind jaren zeventig is het 4 mei comité Valthe-Klijndijk opgericht. Begin jaren tachtig is het idee ontstaan het onderduikershol te reconstrueren en een gedenksteen te plaatsen. Aangezien er voor de reconstructie geen vergunning werd verleend is alleen gekozen voor een gedenksteen.

Stichting Welzijnswerk is in 1982 begonnen met de uitgave van het boekje 'De Opgejaagden'. Dit boekje is geschreven door Ab van Dien, één van de onderduikers.

voorstelling: hoe bomen weggehaald werden om plaats te maken voor enkele holen. (bron: 'De Opgejaagden')

In het boekje 'De Opgejaagden' leest men het verhaal van de 16 joden die gedurende korte of langere tijd bescherming vonden in het onderduikershol. Zij hebben de oorlog overleefd zonder dat één van hen werd opgepakt. Hulp werd is deze spannende en bange tijd gegeven door verschillende mensen uit Valthe, Klijndijk en omgeving. De leden van het verzet 'De Zefatgroep' waren: Familie Zefat, Jan Hendriks, Familie Warringa, Tieme Beuving, Egbert Bos, Jan Niemeijer, Aaltjo Oldenburger ( de man van het schaartje; lees het verhaal over de A-boom, elders op deze pagina), Jantje Smit-Zefat, Con en Edu ter Veer en Hendrik Westerink.

Voor de niet-Klijndijkers:
Het Onderduikershol ligt aan de rode route.

 

Naar Boven

 De A-boom



 

Op de gele route door het Valtherbos passeer je een plaquette met daarnaast een boom waarin de letter A is gekerfd.
Deze plaquettte is in 2014 onthult door de toen 93-jarige heer Aaltjo Oldenburger. Hij was een van de hulpverleners die nauw waren betrokken bij een tweede onderduikershol
(het eerste hol is het bekende onderduikershol, elders in het bos, dat in ere is hersteld). Waar je nu staat moet het tweede onderduikershol geweest zijn. Deze is gebouwd omdat men dacht dat het eerste hol ontdekt zou worden. Het tweede hol is niet meer intact en dus niet terug te vinden.

Met een schaartje heeft Oldenburger een A in de boom gekerfd zodat hij het hol gemakkelijk terug kon vinden.
Vanwege het feit dat Oldenburger in die tijd textielbewerker was, droeg hij het schaartje altijd bij zich. Door zijn inzet hebben 16 Joodse onderduikers de oorlog overleefd.

De tekst op de plaquette is van de Joodse schrijver en dichter Otto Weiss.
 


Voor de niet-Klijndijkers:
De A-boom ligt aan de gele route.

 

Naar Boven

 Het Daklozenhuis


 Het Daklozenhuis.
 Op de foto is duidelijk het zandpaadje te herkennen,  dat nu een asfaltweggetje is naar het Valtherbos.

 Aan het eind van dit asfaltweggetje stond het huis.
 

Het daklozenhuis werd gebruikt om gezinnen te huisvesten die dakloos waren geraakt in de gemeente Odoorn. Dit kon door allerlei oorzaken gebeuren. Veelal waren het niet de beste families die hier terecht kwamen. In de huidige tijd zou men ze asociaal noemen. Per gezin was er één vertrek beschikbaar en men kreeg rond het jaar 1935 vier gulden en vijftig cent als uitkering.
De ramen zaten op ongeveer 1.50 meter hoogte zodat er vrijwel geen zicht naar buiten was. Achter het gebouw waren tonnetjes als toilet geplaatst. Veel van de mannen moesten een straf uitzitten. Een publiek geheim was dat er vrouwen waren die voor 1 gulden bereid waren een man te "verwennen", dat weer werd besteed aan eten voor de kinderen. Ook werden er nog al eens kinderen uit huis geplaatst.
Aan het weggetje naar het daklozenhuis stond her en der een woonwagen met soortgelijke mensen als de bewoners van het daklozenhuis.
Het gebouw is in 1940 afgebroken, en het puin is gebruikt voor verharding van het woonwagenkamp dat er pal tegenover is gemaakt, daar waar zich nu het laatste kampeerterrein van de camping bevindt. Op deze hoogte zijn langs het weggetje nog de wallen te zien die destijds werden aangelegd .

Het Dalozenhuis lag vroeger aan de rode route.

 

Naar Boven

 Hunebed D35






Van hunebed D35 is nog maar de helft van de oorspronkelijke stenen over. Er zijn slechts twee dekstenen. Er hebben nooit opgravingen plaatsgevonden.
Alle draagstenen lijken nog aanwezig en liggen deels onder de grond. Het is moeilijk waar te nemen waar de ingang van de grafkelder geweest is.

 


In onze provincie bevinden zich 52 hunebedden. Allen aangeduidt met de letter D (de D van Drenthe) plus een volgnummer. In een straal van 4 km. rond Klijndijk bevinden zich maar liefst 8 hunebedden, t.w.:
D32, D34, D35, D36, D37, D38, D39 en D40, allen op wandelafstand!

 

Voor de niet-Klijndijkers:
Hunebed D35 ligt aan de rode- en gele route.

 

Naar Boven

 De Pingoruïne

 Pingo,

 gezien vanaf de kijkwand


 locatie: tegenover kijkwand



  Op de gele- en rode route kom je langs twee zogenaamde veentjes. De beide veentjes liggen resp. tegenover de kijkmuur en bij hunebed D35. En ook op blauwe route wandel je langs een veentje, nl. op de Es, liggend tussen de Hoofdweg en de N34 (de Zuideresweg).

Het Noorden van Nederland lag ooit bezaaid met dergelijke meertjes. Ze zijn ontstaan in de laatste ijstijd - het Weichselien - ruim 15.000 jaar geleden. Gedurende het Weichselien bereikte het Scandinavische landijs Nederland niet.
Het Weichselien maakt deel uit van het Laat Pleistoceen.
In de bodem ontstond gedurende het Pleistoceen een zgn. lens van bevroren grondwater die uitzette en de grond erboven omhoog bracht (opduwde).
Er ontstond een ijsheuvel. De ijsheuvel heet in de taal van de Canadezen een pingo.
Toen de temperaturen stegen en de ijslens ook smolt, bleef een meertje over, meestal cirkelvormig. Zo'n meertje wordt een pingoruïne genoemd. Later raakten de meertjes gevuld met veen, vandaar de benaming veentjes.




Voor de niet-Klijndijkers:
Je kunt een pingoruïne zien liggen aan de rode route en één aan de blauwe route.

 

Naar Boven